dinsdag 26 mei 2015

Soldaat Lynn en soldaat Chase

Dag 2b - 26 mei

Op 24 mei 1915, vier weken na de eerste gifgasaanval, was de Tweede slag om Ieper afgelopen. In totaal hadden alle strijdende partijen samen zo'n 40.000 doden te betreuren. Hierbij waren minstens zes mannen die wel op een hele aparte manier slachtoffer van het gifgas werden.

in het begin van het gebruik van gifgas was er geen enkele manier van bescherming mogelijk. De mannen in de loopgraven moesten leven met de wetenschap dat die vreselijke dood hen op ieder moment kon overvallen. Dit gecombineerd met de weken en maanden van angst voor scherpschutters die ze al hadden doorstaan, de erbarmelijke omstandigheden in de modder en de kou, het gebrek aan slaap en eten plus de enorme aantallen ratten die soms zo groot als katten waren omdat ze zich tegoed deden aan de lijken van de omgekomen mannen en paarden.

Een mens zou van minder z'n verstand verliezen. En natuurlijk waren er mannen die deze druk niet aankonden en ervoor kozen om op de vlucht te gaan. Dit strookte echter niet met de militaire logica en dus vaardigde de legerleiding het bevel uit dat iedere deserteur zou worden geëxecuteerd. Minimaal twee Fransen, één Belg en drie Britten verloren zo hun leven. Zo gebeurde het dat bij een gifgasaanval in mei op de 2nd Lancashire Fusiliers soldaat Chase op de loop ging en soldaat Lynn op z'n post bleef. Voor dit bijzondere vertoon van moed en eer werd aan Lynn het Victoria Cross uitgereikt. Posthuum. Chase werd tegen de muur gezet.

De tovenaarsleerling

Dag 2 -dinsdag 26 mei; rondje Ieper gefietst met Atje (35 km/ totaal 89 km). Daarna in Ieper het museum In Flanders Fields bezocht.

Fritz Haber was goed in z'n vak. Niet zomaar een beetje, maar écht goed. Deze Joodse scheikundige was in 1868 geboren in Silezië. In 1915 voegde hij zich bij de Duitse troepen in de  Vlaamse Westhoek waar de oorlog sinds het openzetten van de sluizen door Hendrik Geeraert al een jaar vastgelopen was in een loopgravenfront.

Fritz Haber deed de legerleiding een gedurfd voorstel: hij had al een tijdje proeven gedaan met chloorgas. Hij was ervan overtuigd dat hij nu het juiste mengsel te pakken had: mensen en dieren die het inademden stierven binnen enkele minuten onder helse pijnen.

Ondanks internationale verdagen die het gebruik van stikgassen verboden, ging de Duitse legerleiding akkoord met Habers voorstel.

Gespecialiseerde Duitse troepen groeven gifgascylinders in op het slagveld en in de vroege avond van 22 april 1915 werden deze simultaan geopend. Meer dan 150 ton chloorgas dreef het slagveld op.

De Franse soldaten hadden geen schijn van kans. Ze lagen in de loopgraven bij Steenstrate, een gehucht een boogscheut verwijderd van Ieper.Totaal verbijsterd zagen ze hun makkers snakken naar adem en dood  neerstorten tot ze zelf niets meer zagen vanwege hun brandende ogen en op hun beurt stierven.

Fritz Haber werd na deze Tweede Slag om Ieper prompt benoemd tot Hauptman en kreeg het IIzeren Kruis uitgereikt vanwege zijn grote verdiensten. Zijn vrouw, die pacifiste was, pleegde zelfmoord met zijn dienstwapen.

Drie jaar later, in 1918, ontving Fritz Haber de Nobelprijs voor Chemie omdat hij inmiddels een grote bijdrage had geleverd aan de ontwikkeling van kunstmest.

Precies 25 jaar later werd in een villa aan de Wannsee bij Berlijn het besluit genomen tot de Endlösung van het Jodenvraagstuk. Met gifgas. Ja, Fritz Haber was écht goed in z'n vak.

Schippersknecht Hendrik Geeraert

Dag 1a - 25 mei

Succes in het leven kan gedefinieerd worden door op het juiste moment op de juiste plaats te zijn. Sommigen hebben daar een neus voor. Vooral politici blinken hierin uit. Maar ik dwaal af.

De Duitsers hadden al lang voor de oorlog generaal Schlieffen een plan laten maken voor het geval dat. Dit Schlieffen-plan blonk uit in eenvoud. Het idee was met een snelle, omtrekkende beweging dwars door het neutrale (!) België te trekken (want het Franse leger lag aan de Frans-Duitse grens), en passant de  belangrijke havens van Antwerpen en Calais in te nemen en dan zo Parijs onder de voet te lopen.

Vervolgens zouden de dappere Duitse soldaten op de trein worden gezet om Rusland aan te vallen. Schlieffen ging ervan uit dat de Russen, met hun grote land en gebrekkige infrastructuur, wel acht weken nodig zouden hebben om te mobiliseren. Dat gaf hem voldoende tijd om Frankrijk op de knieën te krijgen. Dacht ie.

Maar hij had buiten de waard gerekend of liever gezegd buiten iemand die bij de waard te gast was. Schippersknecht Hendrik Geeraert lustte wel een pintje. Tijd zat ook, want er werd nauwelijks gevaren door de oorlog. Zo kwam het dat Hendrik in de kroeg zat naast de sluis van de Noordvaart toen het leger iemand zocht die de sluizen kon bedienen.

Hendrik had daar verstand van en samen met kapitein Umé zette hij de sluizen open waardoor het hele gebied tussen Nieuwpoort en Diksmuide onder water kwam te staan. Het kniediepe water bleek een hindernis die het Duitse leger niet kon overwinnen en zo werd de spoordijk tuusen Nieuwpoort en Diksmuide het toneel van een vier jaar bijna onbeweeglijk front. En dat allemaal door een generaal die buiten de waard had gerekend...

En Hendrik Geeraert? Die werd na de oorlog benoemd tot sluismeester. De juiste man op de juiste plek.

De verdwenen godin

Dag 1: Maandag 25 mei 2015 - Nieuwpoort -> Ieper (49,5 km)

Er gaat niks boven vastigheid in het leven, dingen waar je op kunt rekenen. Waar zouden we zijn zonder rookworst van de Hema? Ik bedoel maar: het is winter en blindelings rekenen we erop. Zoiets.

Zo is het ook met het startpunt van een route. Onderweg is het soms een hele puzzel om op het juiste moment links- of rechtsaf te slaan. In ieder geval voor mij, want ik zit altijd te dromen op de fiets en dat wil nogal eens onverwachte omwegen opleveren. It's all in the game. Maar het beginpunt van een route, wanneer ik nog al mijn goede voornemens heb om ditmaal echt de route te rijden zoals ie is, zo'n beginpunt daar valt niks mee te sjoemelen.

Vandaar ook vol goede moed gezocht naar het beeld van de godin der zee aan de pier bij Nieuwpoort. Hét startpunt van de Frontlijnroute. En niet te missen ook, want er is maar één pier en zoveel standbeelden staan er niet. Maar géén godin der zee. Toegegeven, in deze tijd der ontkerkelijking is godin zijn geen populair vak en na zoveel decennia op je sokkel staan wil zelfs de meest standvastige godin zich wel 's vertreden, maar je rekent er toch op dat zo'n beeld er gewoon stáát nietwaar?

Vergeet het maar. Geen godin te zien en na enig vergelijk van de achtergrond van de godin in het routeboekje blijkt er zomaar een nieuw beeld voor in de plaats te zijn gezet! Het moet niet gekker worden!

Wat blijkt: vorig jaar is de godin der zee vervangen door een dubbelbeeld van de Vlaamse kunstenaar Willem Vermandere, 'de Verzoening'. Dit bij gelegenheid van de herdenking van de aanvang van de Grote Oorlog in oktober 2014.

En de godin? In het Albert Museum weten ze ons te vertellen dat ze in 'stockage' is en na een welverdiende restauratie eerdaags haar opwachting zal maken op de ideeënweide. Ergens, vraag me niet waarom, voelt het als degradatie. De eerste stap richting schroothoop van de godin der zee.

zondag 24 mei 2015

Voor God, koning en vaderland


Herman Hesse
Europa was als een grote vogel: om zich te bevrijden moest het ei, de wereld waarin het tot dan toe geleefd had, kapot en daartoe diende de Eerste Wereldoorlog. Dit waanzinnige maar aansprekende beeld komt van de bekende schrijver Herman Hesse.

Een van de meest opvallende dingen aan het begin van de Eerste Wereldoorlog is het enthousiasme waarmee duizenden van Europa’s meest vooraanstaande burgers de oorlog verwelkomden. Hele menigten gingen de straat op om de troepen die naar het front gingen ‘voor God, koning en vaderland’ toe te juichen. Waarom eigenlijk? Wat is de oorzaak van dit raadselachtige gedrag?

Eigenlijk zijn er twee dingen die opvallend zijn. Het ene is dat veel kunstenaars, wetenschappers, schrijvers en burgers de oorlog verwelkomden met enorme geestdrift. En dat waren zeker niet allemaal ijzervreters, maar gewone weldenkende mensen. Het andere is dat dit gedrag zo wijdverspreid is. Het gebeurt niet alleen in Duitsland, maar ook in Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Rusland enz.

Het boek van Ewoud Kieft
De historicus Ewoud Kieft heeft daar een intrigerend boek over geschreven, ‘Oorlogsenthousiasme, Europa 1900 – 1918’. In dit boek onderzoekt hij de vraag waarom mensen zo makkelijk warm te krijgen zijn voor oorlogsvoering, niet alleen de ‘man van de straat’ maar ook ontwikkelde en creatieve mensen.

De psychiater Freud had ook zo z’n eigen kijk op de noodzakelijkheid van de oorlog. Volgens hem leed Europa aan verlies van levenslust. Het verzwakken van het geloof, het verlies van individualiteit door de opkomende industrialisatie en de toenemende schaalvergroting veroorzaakten volgens hem een ‘obsessie met verval’. De oorlog zou hiervoor dé oplossing bieden, immers ‘De oorlog dwingt ons weer om helden te zijn.’ In de moderne samenleving waren de mensen volgens Freud zo bang geworden om dood te gaan, dat ‘ze vergaten te leven.’ Eerlijk gezegd vind ik Freuds oplossing wel een erg paardemiddel. Misschien verzin je zoiets ook makkelijker in de veilige spreekkamer naast de divan dan in de loopgraven aan het front…

Sigmund Freud
Een andere, opmerkelijke beweging aan het begin van de 20e eeuw waren de vele vormen van communevorming. Kunstenaars en filosofen gingen op zoek naar vormen van waarachtiger leven. Zij geloofden aan de ‘reinigende kracht van de oorlog’ die een oplossing moest bieden voor het verval van de naties, het verlies aan sociale samenhang en het gebrek aan bezieling in de kunsten.

Kunstenaars, schrijvers, filosofen, gewone mensen: ze hadden allemaal hun eigen beeld van de werkelijkheid en hun eigen droombeelden van wat de ‘reinigende oorlog’ wel niet voor goeds teweeg zou brengen. Adolf Hitler zou later in Mein Kampf als belangrijke les uit de Eerste Wereldoorlog concluderen: ‘In tijden van oorlog doet de werkelijkheid er niet meer toe.’ De verbeelding, hoe paranoïde en platvloers deze ook mocht zijn, was veel machtiger dan alle feitenkennis en genuanceerde inzichten bij elkaar.

Gruwelijk en huiveringwekkend maar misschien wel meer waar dan ons lief is...


zaterdag 23 mei 2015

Im Westen nichts neues

Het is 1918. Het einde van de oorlog is nabij en er is een tijdelijke wapenstilstand. Paul Baumer is na vier jaar aan het front de enige overlevende van al zijn klasgenoten. Als Paul een brief aan het schrijven is, hoort hij een vogel fluiten. Hij voelt zich weer de onbekommerde student die hij was in  1914 en pakt een blaadje om de vogel te tekenen. Daarbij vergeet hij het mogelijke gevaar. Hij staat op en ondanks de wapenstilstand wordt Paul door een Franse soldaat neergeschoten. Met een half afgemaakte tekening in de hand, sterft hij in de modder van de loopgraaf. Die avond schrijft de dienstdoende officier in het dagrapport: 'van het westelijk front geen nieuws'.

Erich Maria Remarque
Het boek 'Im Westen nichts neues' is geschreven door Erich Maria Remarque, een Duitse veteraan uit de Eerste Wereldoorlog. Hij beschrijft de gruwelen en de zinloosheid van de oorlog aan de hand van het verhaal van Paul Baumer, een jonge student die samen met zijn hele klas dienst neemt in het leger onder invloed van de verhalen van een van zijn leraren. Het boek is fictie, maar hieruit blijkt eens te meer dat fictie soms meer waarheid in zich heeft dan non-fictie.

Na publicatie in 1929 werd het boek een enorm succes. Het is twee keer verfilmd en meer dan 2,5 miljoen keer verkocht in vijfentwintig talen. Toen de nazi's aan de macht kwamen, werd het prompt
verboden in Duitsland. En in 1938 werd Remarque het Duitse staatsburgerschap ontnomen vanwege dit boek.

In feite is dit boek een soort contramal van het boek van Ellen la Motte waar ik gisteren over schreef. 'Im Westen nichts neues' beschrijft de geschiedenis van een fictieve student die, zoals zovelen in 1914, zich vol enthousiasme meldt voor het leger. In de loop van de jaren sterft iedereen van zijn klas behalve hij. In het begin is iedereen vol goede moed, maar al gauw worden de jongens geconfronteerd met de moordende zinloosheid en wetteloosheid van het front.

Tijdens een verlof komen de jongens in contact met een aantal jonge Franse vrouwen. Dan merken ze dat, welke nationaliteit een mens ook heeft, een mens gewoon een mens blijft. De vervreemding is groot. Als hij op verlof mag en naar zijn ouders gaat, merkt hij dat hij niet meer kan wennen aan het 'gewone' burgerleven en hij gaat vervroegd terug naar het front. Uiteindelijk sneuvelt ook zijn laatste vriend en is Paul, ondanks zijn jonge leeftijd, de oudste van zijn regiment en daarmee aanvoerder. Tot dat ene moment dat een vogel zingt op het slagveld.

 2,5 miljoen exemplaren verkocht

'Im Westen nichts neues' is een heel bijzonder boek. Er is niet een heel duidelijk plot maar het verhaal  rijgt een groot aantal verschillende episodes uit het leven van een jonge student aaneen. Het geeft een indringend beeld van hoe het vele jonge Duitse mannen zal zijn vergaan. Maar niet alleen de Duitse. Wat heel sterk naar voren komt is de zinloosheid, de absurditeit en de ongelooflijke gewelddadigheid van de oorlog. Als veteraan bedoelde Eric Maria Remarque zijn boek als een 'Nie wieder Krieg'. Een boodschap waar de nazi's al snel geen boodschap aan hadden...







vrijdag 22 mei 2015

Het kielzog van de oorlog

‘Er bestaat volk genoeg dat je de nobele kanten beschrijft, de heroïsche kant, de geëxalteerde kant van de oorlog. Ik moet je schrijven wat ik gezien heb, de andere kant.’ 

Ellen la Motte 
De Amerikaanse verpleegster Ellen la Motte (1873 – 1961) was een opmerkelijke vrouw. In 1915 ging ze als vrijwillige verpleegster aan het werk in een Frans veldhospitaal in het West-Vlaamse Poperinge. Ze noteerde haar dagelijkse observaties in een dagboek dat uitgegeven werd onder de titel  'The Backwash of war'. Het is een van de meest heftige en authentieke verslagen van de bloederige
achterkant van het front. Het boek is tientallen jaren verboden geweest. Niet voor niks natuurlijk, want het beeld van een heldhaftige strijd voor volk en vaderland smolt als sneeuw voor de zon bij haar beschrijving.

Ellen la Motte was een vrouw met onafhankelijke geest en een scherp observatievermogen. Ze zag soldaten, kinderen soms nog, uren-, dagen- zo niet wekenlang onmenselijk lijden en uiteindelijk creperen.  Als verpleegster moest ze met zeer beperkte middelen opboksen tegen de gevolgen van het lugubere bedrijf dat oorlog heet. Vaak was het enige wat gedaan kon worden de gewonden op een primitieve manier amputeren van hun afgrijselijk verminkte ledematen en de pijn proberen enigszins dragelijk te maken door het toedienen van morfine. In deze morfine komt het beeld van de 'poppies' weer terug. Klaprozen zijn een soort papavers en daaruit wordt morfine gemaakt. Het verlangen dat spreekt uit het gedicht 'In Flanders fields the poppies grow...' is daarmee meer dan het lyrisch beschrijven van de schoonheid van een klaproos.

In haar boek maakt Ellen la Motte korte metten met alle illusies en het toen gangbare idealisme over de oorlog. Haar boek is zo sarcastisch en ontdaan van iedere illusie, dat het kort na de publicatie in 1916 verboden werd. Immers, geen enkele man zou na het lezen van haar boek nog vrijwillig en 'vol goede moed' naar het front gaan.

‘Door uitnemende chirurgie, door uitnemende verpleging, zouden sommigen naar huis kunnen terugkeren, réformés, voor het leven verminkt, een last voor zichzelf en de maatschappij. Anderen zouden weer genezen, sterk genoeg om weer veertig kilogram aan marsuitrusting te torsen, en in de vuurlinie weer aan flarden te worden geschoten.’

In het eerste hoofdstuk beschrijft Ellen la Motte de absurde geschiedenis van een jonge soldaat die probeert zich van het leven te beroven maar daarin faalt. Hij wordt verpleegd tot hij weer gezond is om vervolgens als deserteur tegen de muur gezet te worden en geëxecuteerd. De reden: hij was weggevlucht van de waanzin van het slagveld. Zoiets kon natuurlijk niet getolereerd worden en de maatregelen die de heren officieren namen (die vaak kilometers ver achter het front verbleven) om vaandelvlucht te voorkomen waren dan ook niet zachtzinnig.
                                                                                                                                                              
'Ze verbonden elke dag zijn wonden. Meerdere meters gaas waren nodig, gaas voor zoveel franc per rol. Erg veel ether, erg veel jodium, erg veel windsel – een dure zaak, kortom. Al die verspilling voor een man wie de kogel wachtte zodra hij gezond genoeg was.’ ‘Veel beter alles te gebruiken voor de hopeloos verhakkelden, of voor hen die in de loopgraven de dood weer in de ogen zouden zien.' 


Smerigheid is de grote constante
Schrijnend is ook het verhaal over een tienjarige jongen die in het café van zijn ouders in Ieper geraakt is door een granaatscherf. 'Er viel niets anders te doen dan proberen die te verwijderen. Een hopeloos geval was het toch. Zonder operatie zou het joch sterven, of tijdens de operatie zou hij sterven, of hij zou sterven na de operatie.’ De jongen roept hartverscheurend om zijn moeder, die aanvankelijk weigert te komen, want, zo zegt ze, ze kan niet gemist worden in het café. Onder dwang komt ze dan tenslotte, maar voor de begrafenis wil ze geen tijd vrij maken.

Smerigheid is de grote constante in het boek, in de oorlog. Letterlijk, in de afschuwelijke wonden van de soldaten en de afschuwelijke omstandigheden waaronder ze moeten zien te overleven. Maar ook figuurlijk: de onverschillige verpleegsters, de ijdele chirurgen die alleen geïnteresseerd zijn in persoonlijk gewin, en de officieren die in de dorpen achter het front op jacht gaan naar jonge meisjes om aan hun trekken te komen.
Het kielzog van de oorlog

Met haar bijtend sarcasme laat La Motte geen enkele ruimte voor een illusie, een groter overkoepelend verhaal dat zin aan de oorlog zou kunnen verlenen.

'Zo gaat dat. Er ligt smerig bezinksel op de bodem van de meeste zielen. Oorlog, hoe groots ook, is niet noodzakelijk een zuiveringsproces dat mannen en naties loutert.'

Bijna honderd jaar na dato is het werk van Ellen la Motte nog steeds een oorspronkelijke bijdrage aan de collectieve herinnering van La Grande Guerre. Ze beschreef niet alleen wat ze waarnam in de Grote Oorlog, maar tilde die waarnemingen ook naar een hoger plan met haar vlijmscherpe observaties over hoe de mens ten diepste is.

Jarenlang was het boek van Ellen la Motte zo goed als vergeten tot in 2008 de Belgische schrijver Edwin Mortier 'Backwash of war' uit het Engels vertaalde en onder de titel 'Het kielzog van de oorlog' ontrukte aan de vergetelheid.

Mocht je ooit iets willen lezen over de Eerste Wereldoorlog, haal dan diep adem en lees. Léés dit boek - het doet je haren rechtop staan en de huiveringen over je ruggengraat lopen, maar je hebt in één keer scherp wat voor gruwel een oorlog eigenlijk is.